Techniek
Uitlaat en geluid
De grens van 2 dB(A) en wat er bij de meting gebeurt.
De norm
Artikel 5.2.11 lid 3 staat toe dat een personenauto het geluidsniveau produceert dat in het kentekenregister staat, vermeerderd met 2 dB(A). Voor voertuigen zonder geregistreerde waarde geldt volgens lid 4 een maximum van 95 dB(A) bij het voorgeschreven toerental.
Decibel is logaritmisch. Drie decibel erbij is een verdubbeling van het geluidsvermogen, dus die twee decibel marge is smaller dan het getal doet vermoeden.
De meting
Meten gebeurt bij stilstand. De microfoon staat op 0,50 meter van de uitlaatmonding, onder een voorgeschreven hoek ten opzichte van de uitstroomrichting.
Gebruikt worden een geluidsniveaumeter van klasse 1, een kalibratiegeluidsbron en een toerenteller. Het toerental waarbij wordt gemeten staat vast en hangt af van motortype en gewicht.
Gasdicht en bevestigd
Lid 1 eist dat het uitlaatsysteem over de gehele lengte gasdicht is, met uitzondering van drainagegaten. Lid 2 eist een deugdelijke bevestiging.
Een zwaarder aftermarket systeem aan de originele ophangrubbers trekt die rubbers uit. Het systeem gaat dan tegen de bodemplaat resoneren, wat binnen als brom hoorbaar is bij een vast toerental.
Katalysator
Lid 8 bepaalt dat personenauto's die na 1995 in gebruik zijn genomen een goed werkend emissiebestrijdingssysteem moeten hebben, bestaande uit een katalysator en een lambdasonde. Een sportuitlaat mag die niet vervangen of omzeilen.
Voor het koolmonoxidegehalte bij stationair toerental geldt afhankelijk van het bouwjaar een grens van 0,3 tot 0,5 volumeprocent.
Verder
Volgend onderwerp: Remmen.